Julia reed op haar paart door de grote velden. De wolven die zich een paar jaren geleden bij haar hadden gevoegt volgde haar in haar voet sporen. Haar mantel viel van haar schouders af door de wind.
Julia liet Apollo haar paard om draaien en ze ging in galop achter haar mantel aan. Gelukkig ging de wind liggen.
Haar mantel viel op de grond. Julia liet Apollo stoppen en stapte af. Julia maakte haar mantel dit keer beter vast en pakte wat brood en water uit haar tassen. Ze gaf Apollo wat water. Ook gaf ze de drie wolven wat water. Toen ging ze zitten at en dronk zelf ook wat. Toen ze klaar was stapte ze weer op Apollo en reed in galop door de velden heen. Eindelijk terug naar huis. Vijf jaar had ze rond gereden en wat van de wereld leren kennen. Ook heeft ze geleerd hoe ze uit gevaarlijke situaties kon komen. En hoe ze moest vechten. Ze had gezegt dat ze gewoon volk was maar eigelijk hoorde ze bij de edelen thuis. Julia zuchtte even en genoot van de wind door haar haren. Apollo begon te stijgeren. Julia kon niet zijn wat het was maar probeerde hem in bedwang te houden wat moeilijk ging. Ze moest er voor zorgen dat ze niet van Apollo af viel. Zo dat ze er voor zorgen dat ze en Apollo niet gewont raakte. De wolven begonnen luid te grommen naar iets wat Julia niet kon zien.