Jaipriya liep ontevreden heen en weer over het zandpad. Waar bleef haar familie nou!? In de verte zag ze een stofwolk, misschien waren dat haar zus en moeder? Maar nee, het waren twee soldaten te paard, alleen waren ze zo bezopen dat ze er uitzagen als een stelletje zoutzakken. 'Zeg vrouwtje, heb jij geen zin om met ons mee te gaan?' vroeg er een met hikjes tusendoor. 'Ja, we kunnen iemand zoals jou hier toch niet achterlaten?' zei de ander. Jaipriya pakte haar dolk. 'Maak dat je weg komt of ik doe jullie wat, en dat is geen grap!' gromde ze vurig. De twee dronkaards hikten en mompelden dom verder. Daarna begonnen ze te lachen. 'Je hebt het wel tegen soldaten hé!' zei de eerste. 'Tegen twee eikels zul je bedoelen!' zei ze honend. De ander was inmiddels van zijn paard afgeklommen en probeerde haar vast te pakken. 'Ik had jullie gewaarschuwd!' riep ze terwijl ze een krachtige uithaal deed naar de dronken soldaat. De man werd in zijn gezicht geraakt en viel schreeuwend van pijn op de grond. De andere soldata koos eieren voor zijn geld en gallopeerde weg. De andere man bleef kermend van pijn op de grond liggen.
Opeens klaarde Jaipriya's gezicht op: Najeha en haar moeder waren er! Ze kwamen op een kar aangereden. 'Jaipriya!!' riep haar moeder opgewonden. Ook haar zus begon te zwaaien. Na enkele minuten had Jaipriya haar familie stevig in haar armen. 'Wat ben ik blij dat jullie er zijn, maar we moeten wel opschieten, Decimus wacht waarschijnlijk al!' zei ze. Haar moeder knikte. En na een metamorfose in de curia werd ze omgetoverd tot een bruid, weliswaar op Indiase stijl. Na een kort ritje kwam ze aan op de plek waar de bruiloft werd gehouden. Er waren veel mensen aanwezig waaronder Justus, Justianus, diverse senatoren en natuurlijk Decimus zelf. Langzaam begon ze met schitteroogjes naar haar bruidegom te lopen.