Etricus zag dat het een Jonge vrouw, van ongeveer zijn leeftijd, met een klein meisje was. Het meisje liep echter weg toen de vrouw even niet oplette, en pakte etenswaar van een stalletje. De jonge vrouw had het blijkbaar ook door, maar toen het meisje dat zag gooide ze alles in de lucht. Etricus ving nog net een tomaat op om te voorkomen dat die niet tot puree tegen zijn gezicht kwam. Hij keek het meisje nors aan, die een preek van de vrouw kreeg. Deze liep naar het eten toe dat over de markt voor hem lag verspreid en pakte het op. "Vroeg op??" Vroeg ze. 'Ja, en het begint gelijk goed zo te zien..' Mompelde hij als antwoord. 'Dat was niet erg netjes van haar..' Etricus legde de tomaat terug op het kraampje. De verkoper had het blijkbaar niet gezien omdat hij in gesprek was met een vroege klant. Etricus vroeg zich af waarom het meisje het eten zomaar pakte, aangezien ze er niet echt uit zag als bedelaarster of slavinnetje. Hij liep weer naar het muurtje waar nog een stuk suikerbrood lag dat hij mee had genomen, en gaf het aan het meisje 'Zie het maar als een traktatie, maar doe dat niet nog eens' Zei hij ietwat streng. Eigenlijk hoorde je iemand niet te belonen op zijn slechte gedrag, maar Etricus zag niet graag een kind in de problemen komen. Hij herinnerde de angstige blik van het meisje bij hun aanval op de rebellen nog goed. In het dorp waar hij vanaf zijn 6e opgroeide had hij als kind veel meegemaakt en wou anderen er voor behoeden. Het meisje was hopelijk goed terecht gekomen toen ze was gevangen. Etricus zuchtte kort toen hij alles weer voor zich zag. Het was hard in het leger, maar gelukkig zaten er ook goede kanten aan. Hij wende zich tot de jonge vrouw, en keek haar ditmaal ietwat vriendelijker aan. 'Is het je zusje..?' Vroeg hij terwijl hij weer op de muur ging zitten.